Anna Mitchell - Down To The Bone


Anna Mitchell is geboren en woonachtig in Cork, maar groeide op op een boerderij vlakbij Blarney, bekend om zijn kasteel en de daar aanwezige steen. De belangstelling voor zingen begon, zoals bij veel Ieren, al heel vroeg. Eerst op school en wat later in de pub, tijdens de sinds mensenheugenis populaire sing songs. Ook studeerde ze muziek aan de universiteit. Na het zien van een optreden van Mick Flannery in de Cork Opera House was ze geheel overtuigd dat ze zangeres en songschrijfster wilde worden. Mijn aandacht op Down To The bone werd gevestigd door de mooie, opvallende hoes, gemaakt door de talentvolle Cassie Kirby, die wel vaker muzikanten portretteert. Direct vanaf de eerste beluistering werd ik volledig ingepakt door de fraaie, melancholische stem van Anna. Veel van de liedjes zijn droefgeestig van aard. De meeste teksten zijn overigens niet gebaseerd op haar eigen ervaringen, ze leidt een zeer gelukkig leven, maar veelal zijn het observaties van anderen. Die teksten zijn overigens bovengemiddeld, zoals al  direct blijkt in opener Paradise:  “Sometimes, paradise, can be hell, You know I'm melodramatic, I'm too sympathetic, Kind of a door mat, And I lie for the thrill of it” De sfeer in dit nummer wordt direct bepaald door de cello en piano. Anna schrijft songs met een kop en een staart. 

Velen ervan bezitten een prachtige melodie, zoals persoonlijke favorieten Tennessee en What’s a Fool to Do. Of een memorabel refrein wat zich in het brein nestelt, zoals Let’s Run Away, wat overigens prachtig wordt ingekleurd door een mondharmonica en gitaar. De zang in My Consent roept bij mij herinneringen op aan de Waalse zangeres Jo Lemaire. Het moge duidelijk zijn dat Anna Mitchell een talentvol songschrijfster en zangeres is, iets wat allang werd onderkend door Simone Felice. Hij nam onlangs Anna mee op toernee door Amerika. Naast een solocarrière maakt ze, net als haar vriend Brian, ook al 3 jaar deel uit van John Blek & The Rats. Deze groep maakt ook muziek waarin veel country-invloeden te vinden zijn. John Blek beschikt trouwens net als Anna over een geweldige stem en werkte hij mee aan het album.  Net als onder anderen Pat Crowley, tot voor kort een van de vaste begeleiders van Mary Black (Black is gestopt met optreden). Tot nu toe speelde ze een keer in Nederland, afgelopen april. In oktober/november volgt een nieuwe toernee door Duitsland, hopelijk maakt ze ook uitstapjes naar Nederland! Down To The Bone is een buitengewoon fraai debuutalbum vol smartelijke liedjes.    
        
Releasedatum : 13 februari 2015 Eigen beheer

Website: http://annamitchellmusic.com/





Brent Best - Your Dog, Champ


Wanneer je de teksten van Brent Best letterlijk neemt dan was zijn jeugd niet pedagogisch verantwoord te noemen. Wanneer ze op waarheid zijn gebaseerd dan heeft Brent tijdens zijn vroege levensjaren een deukje opgelopen. Anderzijds, dan was hij wellicht ook niet in de muziek beland. Hoe dan ook, zijn vader’s “opvoeding” heeft zijn sporen nagelaten. Het solodebuut van voormalig Slobberbone’s frontman Brent Best opent met twee nummers die zijn kwalijke vader uit de schaduw trekken. Een leugenaar die zijn ondergang vindt indirect dankzij de frustratie van zijn vrouw. Your Dog, Champ is het album waar we tien jaar op hebben mogen wachten. Het was de lange zit waard, want het eindresultaat is niet misselijk te noemen. Americana op zijn puurst, niet sentimenteel en ruw. Brent Best verloochend zijn afkomst niet. Zijn teksten verhalen van neteligheden die voortvloeien uit het dagelijkse bestaan. Het is een wereld die geschetst wordt door auteurs als Raymond Carver, Cormac McCarthy of Brent’s voormalige vriend Larry Brown. “Dirty Realism” noemen ze het genre. Your Dog, Champ windt er geen doekjes om. What you hear is what you get!

Zelf was ik niet bekend met het oeuvre van Slobberbone, maar de fans zullen opgetogen zijn wanneer ze horen dat de draad wordt opgepakt. Mensen die bekend zijn met wat gebruikelijk via het label Last Chance Records verschijnt eveneens. Ook zij hebben een vermoeden uit welke hoek de wind waait. (Denk daarbij aan een band als Glossary, of neem John Moreland in gedachten.) Zoete woordjes in een liefdesliedje als Clotine, wordt afgewisseld met gitaargeweld in Tangled. Brent Best is terug van weggeweest, en bezorgt mij mega plezier met deze pure plaat. Net als bij een concert. Het begin is ietwat onwennig, maar wanneer de zaak eenmaal op gang komt is het moeilijk loslaten. Variatie volop, waarbij gemakkelijk geschakeld wordt tussen banjo, viool en zwaar versterkt materiaal. Het zijn Brent’s verhalen die leidend zijn. Bitter met een zoet randje.

Gastschrijver: Rein van den Berg

Releasedatum: 7 augustus 2015 Last Chance Records



Daniel Romano - If I’ve Only One Time Askin’


Het zal niemand verbazen, Daniel Romano, gaat verder op de door hem ingeslagen weg. Hij pakt de traditionele country als het ware bij de lurven en buigt deze in de door hem gewenste richting. If I’ve Only One Time Askin’ gaat wederom over the top. Er is niet alleen de prettige overdaad aan de steel gitaar die Daniel’s retro sound onderstreept, uit alles ademt zijn liefde voor de klassieke country. Gigantisch knap hoe iemand deze componenten zo in zijn voordeel weet te benutten. Een onuitputtelijke bron aan invloeden ligt voor het oprapen, en de Canadees maakt dankbaar gebruik van voorbeelden als George Jones, Lee Hazlewood, Hank Williams of Jim Reeves. Hun nalatenschap wendt Romano aan als concept voor zijn eigen geschreven werk, want laten we wel wezen, hij covert amper. Learning To Do Without Me is de uitzondering, een mierzoet, gebroken harten nummer geschreven door het trio Dennis Knutson, Buck Moore en Doodle Owens. Tekstueel doet Romano niet onder voor zijn klassieke voorgangers. Luister maar naar Old Fires Die. "There was a time we were lost in one another. And now we’re lost in the part of letting go". Elkaar loslaten is geen gemakkelijke opgave, maar dat de liefde over is moge duidelijk zijn. Romano maakt van zijn hart dan ook geen moordkuil: "I Get more Happiness from the bottle, and love from a stanger".

Romantiek en poëtische hartzeer, lees: “relationele perikelen”, blijven het hoofdbestanddeel van If I’ve Only One Time Askin’. Uiteraard is er over de gehele plaat een vette knipoog aanwezig. De ene keer iets meer genuanceerd van gradatie dan de andere. Een belangrijk onderdeel van Romano’s succes. Drama dat over the top gaat, en met overdadige stijlfiguren  wordt aangezet, verdient niets anders dan een lach. Het hilarische dreigement in If You Go Your Way (I’ll Go Blind) is hier een voorbeeld van. Liefde maakt blind, zo ook het beëindigen ervan, veronderstelt de zielige ziel. Vanuit een helder optiek allerminst wenselijk natuurlijk. Uiteindelijk levert deze lyrische bombast wederom veel moois op. Voorwaarde is daarbij wel dat je moet kunnen prikken door het gesuikerde imago gecreëerd door zijn voorgangers, tenzij je die al op hun waarde wist te schatten.

Gastschrijver: Rein van den Berg

Releasedatum: 31 july 2015 New West Records




David Philips - If I had wings


Shame on me. Waarom? Omdat ik If I Had Wings reeds sinds half februari in bezit heb en er sinds die tijd regelmatig naar luister, maar er nog steeds geen recensie over geschreven heb. Gelukkig besteedde onlangs onder andere  Marcel Haerkens van Popmagazine Heaven en eerder Folk Radio UK terecht al aandacht aan de cd. Folk Radio UK vergeleek If I Had Wings met de muziek van Jack Johnson. Een vergelijking waarin ik me wel kan vinden. De muziek van David Philips is net zo relaxt als die van Johnson, alleen wel een stuk subtieler en zijn gitaarspel is subliem. Met dat sublieme gitaarspel opent hij in Up There mee. Maar ook met zijn sonore stem is niks mis

If I Had Wings is intussen zijn vierde album voor het Nederlandse Black and Tan Records en bevat een mix van folk, rock, jazz, elektronica en psychedelica. Ook verzorgde hijzelf het artwork van de cd. Hij is een zeer begenadigde tekenaar. De cd is een mix van een aantal lange en korte nummers en de speelduur bedraagt bijna een uur, maar verveelt geen moment. Dit komt doordat de nummers prachtig zijn gearrangeerd. Hij maakt geregeld op subtiele wijze van ritmiek, zoals in het heerlijke Suffocate (Drift away). En in het lange, ruim 12 minuten durende Venomous Soul is de saxofoonsolo de finishing touch en in sommige andere liedjes de heerlijke achtergrondzang. Die achtergrondzang is zeker een sfeerverhogende factor. 

Het is een zeer consistent album geworden. In april was hij overigens nog in Nederland en het is te hopen  dat hij weer gauw terugkomt, want deze man dient gehoord te worden. De cd is naast de reguliere adressen ook te koop op de webshop van Black and Tan Records voor net nog geen 13 euro. Geen geld voor een uur prachtige, relaxte muziek.

Releasedatum:  5 maart 2015 Black and Tan Records

Website: http://www.davidphilips.net/




Haiku Salut - Etch And Etch Deep



Dit bijzondere trio bestaat uit Louise Croft, Gemma en Sophie Barkerwood en zijn afkomstig uit Derbyshire. Twee jaar geleden debuteerde zij met Tricolore, dat de nodige lovende recensies kreeg van ondermeer  Mojo, Uncut en NME. De muziek daarop is een unieke, instrumentale mix van elektronica, folk en klassiek. Vooral beïnvloed door de film soundtracks van Yann Tiersen en Benoît Charest, maar ook door groepen als Ametsub en Múm. De groepsnaam is overigens gekozen vanwege de Franse en Japanse invloeden in hun muziek tijdens hun begintijd. 

Op Etch And Etch Deep gaat men verder op de reeds ingeslagen weg, dus wederom een album met dezelfde unieke, instrumentale mix die verder uitgediept wordt. Naast synthesizers duiken instrumenten als accordeon, klokkenspel, piano, klassieke gitaar, ukelele, trompet en drums op. Het bijzondere is dat alle drie de dames deze instrumenten bespelen en deze regelmatig op de cd uitwisselen. Vooral het gebruik  van de accordeon en klokkenspel maken in combinatie met elektronica de muziek voor mij speciaal. Een combinatie van accordeon en elektronica komen we ook tegen bij de groep Lau. Geen wonder dus dat beide groepen in 2013 al samen toerden. 

Het is heel moeilijk om de muziek goed te omschrijven, daar is deze te ondefinieerbaar voor. Ik kan U alleen maar aanraden om Etch And Etch Deep  zelf te gaan beluisteren, misschien raakt U er net zo door geboeid als ik.

Releasedatum: 7 augustus 2015 How Does It Feeled To Be Loved?

Website: http://haikusalut.com/


Mississippi Live & the Dirty Dirty - Going Down


Neil Young had zijn Crazy Horse, Tim Knol laadt zich artistiek op bij The Miseries, en Connely Farr doet frisse impulsen op met The Dirty Dirty. Dit is de derde plaat van Mississippi Live (a.k.a. Connely Farr). Tijd zal leren of de samenstelling van band in deze vorm blijft. Hun samenwerking beperkt zich niet tot de studio, want er zijn optredens voorzien, echter de planning is korte termijn en niets is zeker, behalve dat ze verdomd lekker spelen. Farr’s gelijknamige soloplaat dateert van 2009. Dat was een introspectieve plaat van een man die zijn muzikale talenten uitprobeert, vormgegeven in een plaat die overwegend akoestisch was. Opvolger Way Don Here werd volstrekt anders; explosieve rock. Recht voor zijn raap, maar geïnspireerd. Going Down zet de lijn van zijn voorganger door. It’s So Easy vat de uitgangspunten samen: I don’t have any answers, I barely have a plan. Het is allemaal niet zo moeilijk, en Farr’s strategie hierin is duidelijk. Je gebruikt je talenten, je doet wat je moet doen, en dat doe je zo goed mogelijk. Alsof de boodschap luidt “haal er uit wat er in zit, maar vergeet ondertussen niet te leven!”.

Farr komt origineel uit Bolton, Mississippi, en verhuisde in 2008 naar zijn nieuwe woonplaats Vancouver (Canada). Hij is afgestudeerd binnenhuisarchitect, echter eentje met een passie voor muziek maken. Deze derde plaat werd opnieuw geproduceerd door Jon Wood. (bekend van onder meer Cam Penner) Wood (bas en toetsen) vormt naast Jay B. Johnson (drums) en Ben Yardley (gitaar) de basis voor de stuwende kracht van Farr. Zet een stel gemotiveerde creatieve gasten bij elkaar, geef ze de ruimte om te knutselen, en er ontstaat vanzelf iets. Going Down is geen lange plaat. Hij bevat 9 scherp aangezette nummers. Geen album dat een lange voorbereiding nodig had. Je mag het album rangschikken onder de verzamelnaam garagerock. Kort, heftig en puur. De originele versie van het titelnummer tref je aan op Farr’s debuutplaat. Het krijgt hier een elektrische uitvoering en een tempo aanpassing. Going Down heeft niet de kenmerken van een instant klassieker, geenszins, maar de nummers lopen wel lekker weg. Geen liedjes om lang bij stil te staan. Het gaat om de energie, en die is ruim voldoende aanwezig.

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasesatum: 17 juli 2015 Eigen beheer
Website: http://www.thedirtydirty.net/


Cameron Blake - Alone On The World Stage


Het is heel fijn mensen te kennen die praktisch dezelfde muzieksmaak hebben. Tips van Jos neem ik dus altijd serieus. Hij wees me onlangs op Alone On The World Stage van Cameron Blake, een voor mij totaal onbekende singer songwriter, sinds enkele jaren woonachtig in Grand Rapids, Michigan. 

Zijn carrière begon echter  in 2009 in Baltimore, Maryland, waar overigens de onlangs debuterende Robert Chaney oorspronkelijk ook vandaan komt. Naast een live album bracht hij eerder drie studio albums uit. Alles in eigen beheer. De nieuwe plaat wordt volgens mij terecht gezien als een mijlpaal. 

De inspiratie voor het nieuwe project vond hij in de muziek van Nick Drake, het werk van de Deense filmmaker Carl Dryer en in de biografie over de Japanse Butoh danser Kazuo Ohno. Laatstgenoemde staat overigens afgebeeld op de hoes van The Crying Light van Antony and the Johnsons, een van de favoriete groepen van Cameron. Hij putte hieruit ook de moed om er een solo album van te maken. 

Alleen zang en zichzelf begeleidend op gitaar en in twee nummers op piano. Het eerste wat bij beluistering opvalt, is de buitengewoon aangename stem van Blake en geweldige manier waarop hij deze gebruikt. Hij is beïnvloed door de grote performers uit de jaren 60 en 70 zoals Leonard Cohen, Neil Young, Bob Dylan en Tom Waits. 

Zijn teksten zijn buitengewoon mooi. Zo opent de cd met het indrukwekkende Rise and Shine, wat hij in een schrijfsessie voltooide. Het handelt over het Palestijns-Israleïsche conflict. Er zitten Bijbelse verwijzingen in de tekst. In Baltimore woonde hij in de buurt van haven en hoorde hij vaak ’s avonds de brandweerauto’s met loeiende sirenes voorbijkomen. Fireman Snowman handelt daarover. 

In 2006 werd in North Dakota een nieuwe voorraad olie gevonden, hetgeen een hoop nieuwe banen opleverde. Maar vooruitgang heeft ook een keerzijde, zoals de tekst van North Dakota Oil leert. Het buitengewoon fraaie The Fisherman was een grote bevalling om te schrijven. Een paar jaar terug bezocht Cameron samen met zijn vrouw Londen. Naar aanleiding van een ritje op een dubbeldekker bus schreef hij Piccadilly Circus. Het gitaarspel herinnert me hier aan dat van Nick Drake. 

In Detroit wordt de financiële teloorgang en de daarmee gepaard gaande wanhoop beschreven. Een van mijn grote favorieten is Home Movie. Hij begeleidt zichzelf op een gammele piano van 75 dollar, zo eentje als Ed Askew gebruikte op For The World. Het was het eerste nummer wat hij schreef voor Alone On The World Stage. Een conversatie met een goede vriend leverde Wild Blue Garden op. 

Ultrasound is opgedragen aan zijn dochtertje Genevieve Elizabeth. Het opnemen van Welfare Street nam veel tijd in beslag. Uiteindelijk op de laatste opnamedag lukte het eindelijk om het goed vast te leggen. In Kabuki Theatre keert de piano op indrukwekkende wijze terug. Slotlied Fragile Glory is het enige liedje wat ’s morgens is geschreven. Het heeft een duidelijk andere sfeer dan de rest van de songs. De productie, mix en het opnemen werd voortreffelijk verzorgd door Peter Fox. 

Ondanks de sobere invulling van de songs maakt Alone On The World Stage veel indruk. Sterker nog, het behoort voor mij tot het mooiste wat 2015 tot nu toe te bieden heeft.   


Releasedatum: 16 maart 2015 Eigen beheer
Websites:  http://www.cameronblakemusic.com/ en http://cameronblake.bandcamp.com/album/alone-on-the-world-stage




Vera van Heeringen - Proper Brew



Net als in Nederland is het aantal Americana artiesten in Groot-Brittannië groeiende. Een van die nieuwkomers daar is Vera van Heeringen. Haar wieg stond ooit in Nederland, echter na een studie Engels in Chester werd ze verliefd op Jock Tyldesley en vestigde zich definitief in Wales. Met Jock speelde ze vijf jaar in het komische muziekgezelschap The New Ropes (denk aan de absurde humor van Monty Python) tot aan de geboorte van haar tweede kind, dochter Rosa in 2010 en toeren verder niet meer mogelijk was. De groep maakte een album, Myoosick, en houdt overigens in oktober op te bestaan.  

Proper Brew is Vera’s tweede album. De hoes vind ik overigens enigszins lijken op die van My Remembrance of You van Diana Jones, ook een Americana artiest die als basis de muziek uit het Appalachengebergte heeft. Proper Brew kreeg al de nodige lovende kritieken in Groot-Brittannië, mijns inziens terecht. Naast liedjes met als basis de Americana maakt ze ook liedjes die meer de singer songwriter kant op gaan, zoals het prachtige, ingetogen Milk and Honey. Maar ook een aanstekelijk, vrolijk en swingend nummer als Riverside House. Niet alleen is Vera een begenadigd liedjesschrijver, daarnaast beheerst ze de door haar bespeelde instrumenten erg goed, zoals in Never Enough Time en het instrumentale Proper Brew. Laatstgenoemde wordt virtuoos uitgevoerd samen met Kris Drever van Lau

Een grote groep vrienden verleende hun medewerking aan het album en zeker niet de minsten. Naast Kris Drever, Rayna Gellert ( haar laatste album werd hier ook gerecenseerd), Tim O’Brien, M G Boulter, Dave Luke, Andy Seward, Dirk Powell, Dave Proctor, Ian Kelly, Sam Sweeney, Neil McSweeney en uiteraard manlief Jock. Deze musici staan garant voor een zeer smaakvolle inkleuring van de liedjes. De titel is overigens niet alleen een verwijziging naar een lekkere kop koffie of thee, maar meer nog een verwijzing naar de eerste blauwe plek die dochter Rosa opliep. Bruise is een moeilijk woord voor kleine kinderen en wordt dan al snel brew. 

De cd is een prachtig verzorgd product geworden, een uitklapbare hoes met uiteraard een tekstboekje toegevoegd. Vera is absoluut een artieste om in de gaten te blijven houden, iets wat ik zeker zal gaan doen. 

Releasedatum : 18 juni  2015 Wood & Steel Records

Website: http://www.veravanheeringen.com/_/Home.html


Samantha Fish - Wild heart


In 2009 bracht Fish haar debuut Live Bait uit, een album waar ze tegenwoordig met een ontevreden gevoel op terugkijkt. Direct bij haar debuutalbum voor Ruf Records Runaway, ontving Samantha Fish lovende kritieken en viel ze in 2012 in de prijzen op de Blues Music Awards met de prijs voor de Best New Artist. 

Opvolger Black Wind Howlin’ was van hetzelfde kaliber en vergrootte haar populariteit alleen nog maar verder. Intussen kan ze op 26-jarige leeftijd gerekend worden tot de grote madammen van de blues, samen met dames als Beth Hart en Layla Zoe. 

Het aantrekken van Luther Dickinson als producer schiep behoorlijk hoge verwachtingen voor haar nieuwe werkstuk Wild Heart. De zeer productieve Dickinson is de laatste jaren erg actief, zowel solo als in groepsverband maar ook als producer en telkens slaagt hij weer met vlag en wimpel. Zo ook weer met Wild Heart. Hij weet Samantha Fish naar een nog hoger niveau te tillen. De inbreng  van Luther Dickinson is bijvoorbeeld goed te horen in Turn It Up

Als inspiratie voor deze cd luisterde Fish vooral veel naar Son House en Skip James. Wat me erg bevalt aan Wild Heart is de goede afwisseling tussen up-temponummers en heerlijke, relaxte songs. En in beide soorten liedjes weet Fish met gemak te overtuigen. 

Vijf nummers schreef ze met ervaren songschrijver Jim McCormack, die voor legio artiesten grote hits schreef. Een samenwerking die mogelijk in de toekomst een vervolg zal krijgen. Verder zijn heerlijke covers te vinden van Charley Patton’s Jim Lee Blues pt. 1 en van Junior Kimbrough’s I’m in love with you. De overige nummers schreef Fish zelf. 

Het voortreffelijke gitaarwerk op Wild Heart wordt voornamelijk door haarzelf verricht. Alleen op een van de hoogtepunten Turn It up en op Bitch on the Run wordt de lead gitaar bespeeld door Luther Dickinson. Naast gitaar speelt hij ook nog basgitaar en mandoline. Hét hoogtepunt op het album is voor mij Lost myself, wat vrij ingetogen begint en waar vervolgens naar een geweldige climax wordt toegewerkt. 

Maar ook al het overige songmateriaal is ijzersterk. Maar ze is niet alleen gegroeid als songschrijver, maar ook als zangeres en gitarist. Een bluesartieste waar we dus in de toekomst nog veel fraais van mogen verwachten.


Releasedatum 7 juli 2015 Ruf Records

Website http://www.samanthafish.com/



Danny O’Keefe - Light Leaves the West



Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt toen Jackson Browne in 1977 op de proppen kwam met zijn album Running on Empty. Een uiterst succesvolle plaat die naast eigen liedjes van Browne, en een aantal co-writes, ook een aantal covers bevatte. The Road, je raadt het al – van O’Keefe - somde het allemaal op. Het artiestenbestaan onderweg is nergens zo nauwgezet uitgediept als in dit nummer. De weemoed, de keerzijde van de medaille en dat allemaal voor fame and glory. Danny O’Keefe heeft nooit het succes gekend welke Browne ten deel viel, wat niet wegneemt dat O’Keefe fantastische nummers schreef. Zijn Good Time Charlie’s Got the Blues is niets anders dan een ultieme klassieker. Ook in zijn nadagen weet hij mij nog steeds te imponeren met knap geschreven liedjes. Dit gold voor zijn vorige album, In Time, en dat geldt zonder twijfel opnieuw voor Light Leaves the West. O’Keefe schreef de liedjes zelf, met uitzondering van twee liedjes. Eén schreef hij samen met Gary Wright - Hardball, en eentje schreef hij samen met Jennifer Kimball. Deze, Blue Desire, bezingt de liefde, en heeft dezelfde inzichtelijke kwaliteiten als The Road.

De titel kan zowel letterlijk als figuurlijk geïnterpreteerd worden. De wereld is dan ook enorm veranderd, zeker door de ogen van een Amerikaan die bijna vijftig jaar geleden zijn debuut album uitbracht. Het is niet dat Danny O’Keefe de wereld aanschouwt met lede ogen. Allerminst, onverschilligheid past een gevoelige man en artiest niet. Je proeft wel zijn teleurstelling over “de ontwikkeling” die onze planeet ondergaat, zoals (de natuur) in The End of the Game. Hij bezingt de onzekerheid die ons omringt in More Than You Can Bear. Hij deelt zijn inzicht en adviezen, en je herkent de machteloosheid. Iedereen wil ellende en geweld beëindigen. Maar hoe? Het jazzy getinte Help Me Up maakt geen keuzes, behalve dan dat geen visie de absolute is, waarmee we weer terug zijn bij de opgewekte openingssong You don’t have to be right. Als je maar paraat bent! "You have to be ready". Danny O’Keefe schrijft hoopvolle en barmhartige liedjes, zoals hij altijd heeft gedaan, en levert met Light Leaves the West onverminderd een prachtige plaat af. Zijn laatste?

"The time has finally come
To make an ending to this war
One of us must yield
She can stand no more
It's time, it's time, it's time
To retire from the field"

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum: 1 juni 2015 Road Canon Music

Website: http://dannyokeefe.com/

CDBaby: http://www.cdbaby.com/cd/dannyokeefe3 

Chris Stapleton - Traveller



Als countrymuziek irritatie opwekt dan kun te Traveller beter terzijde laten liggen. Je vooral niet laten lijmen waarom ik dit debuut van Chris Stapleton als een topplaat beschouw. Het had schijnbaar zo moeten zijn. Een maand of twee geleden wist ik niet van het bestaan van deze pure country ster. Bij toeval, zoals het idealiter hoort (wat mij betreft), raakte ik gepakt door een nummer op de recent verschenen plaat van Band of Ruhks. Je raadt het al geschreven door Stapleton. Vervolgens, na gematigd speurwerk, werd ik in de armen gedreven van het collectief The Steeldrivers, waarvan hij deel uitmaakte. Hardcore bluegrass, traditioneel. Niet verkeerd. Titelsong Traveller circuleerde als YouTube video, en deed mij beseffen dat er iets bijzonders in de stijgers stond. Chris Stapleton’s debuut plaat is nu beschikbaar. Hij overklast zijn werk bij The Steeldrivers, alsof zijn ware aard volledig vrij baan krijgt. Onvervalste cowboy romantiek waarbij alle daarvoor relevante elementen aan bod komen. De duivel, de drank, ongebondenheid en hartzeer, wat wil je nog meer?

Je begrijpt het al, ik ben ronduit lyrisch. Stapleton beschouwde zich in eerste instantie als liedjesschrijver. Hij heeft eerst zijn talent aangewend voor collega artiesten. Zijn stem heeft overigens dezelfde allure als zijn song schrijvende ambitie, en die is overweldigend. Het album Traveller is in mijn ogen majestueus. Het bevat geweldige songs, waarvan de titeltrack een instant klassieker is. Teksten waarmee ik mijzelf kan identificeren. Zoet, maar allerminst over de rand, en voor de volle 100 procent rechtstreeks uit zijn hart. "I’m just a traveller on this earth. Sure as my heart’s behind the pocket of my shirt. I’ll just keep rolling till I’m in the dirt. ‘Cause I’m a traveller, oh, I’m a traveller. I couldn’t tell you honey, I don’t know. Where I’m going but I’ve got to go. ‘Cause every turn reveals some other road. And I’m a traveller, oh, I’m a traveller". Zo is het toch? We zijn spreekwoordelijk op doortocht. Kun je het je voorstellen? Je rijdt door een woestijnlandschap, de zon komt op, en op achtergrond speelt Might as well get Stoned. Sometimes I Cry dwingt je indirect de volumeknop tot ongekende hoogte te schroeven. Je wilt meeschreeuwen! En wanneer je beseft dat het nummer live op de plaat is gezet, groeit de bewondering. Meeste liedjes zijn van dit fenomeen met uitzondering van het van George Jones bekende Tennessee Whiskey en Was it 26. Dat laatste nummer is van oudgediende Don Michael Sampson. Eveneens een opmerkelijk artiest en liedjesschrijver, echter eentje waarvan wij – onterecht - een tijdje niets hebben vernomen. Nederlandse distributie is nog mondjesmaat, maar Traveller is hier gewoon verkrijgbaar. Vooralsnog zien die Amerikanen Nederland nog niet liggen, en dat is jammer, want dergelijk rauwe country vind hier beslist bestaansrecht.

"I used to spend my nights out in a bar room
Liquor was the only love I'd known
But you rescued me from reaching for the bottom
And brought me back from being too far gone
You're as smooth as Tennessee whiskey
You're as sweet as strawberry wine
You're as warm as a glass of brandy
And I stay stoned on your love all the time"

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum: 26 mei 2015 Mercury Records


Jimmy LaFave - Trails West / Trail Four


LaFave trekt verder westwaarts met nummer 4 uit de Trail serie. Goed nieuws voor de vele Jimmy Lafave adepten die ons land rijk is. Naast de gebruikelijk te verwachten Dylan covers, vertolken hij en zijn band o.m. de rockabilly klassieker van Jimmy Lloyd I Got a Rocket in My Pocket, Walking To New Orleans (Fats Domino), en Snowin’ On Raton. (Townes van Zandt). Live uitvoeringen van eigen werk ontbreken evenmin, zo tref je Worn Out American Dream aan die origineel op Buffalo Return to the Plains stond. En wanneer je terugbladert in de tijd blijkt die plaat ook alweer van 1995 te zijn. De totale tracklist bestaat uit 12 titels. Naast de eerder verschenen Trail platen is nummer 4 een leuk hebbedingetje. Voor liefhebbers die voorheen moeite hadden deze serie compleet te maken, deel 1 is hernieuwd uitgebracht. Geen verkeerd initiatief want deze dubbelaar was geruime tijd alleen via de tweedehands markt verkrijgbaar. Naast het onlangs verschenen album The Night Tribe zijn het drukke tijden. Wie weet brengt Lafave ooit nog eens zijn eerste 3 onafhankelijk gemaakte eerste platen uit? (periode 1979 – 88) Verzameld in een boxje, bij voorkeur een integrale versie en met de originele hoezen.

Zoals te doen gebruikelijk bij deze “tussendoor” reeks verwijst LaFave voor details naar zijn homepage. Waar ook karig informatie beschikbaar is. Er wordt niet vermeld wie meespelen op de tracks, waar en wanneer de nummers opgenomen zijn of wie ze geschreven heeft. Een summiere invulling van de plichtmatigheden vindt helaas niet plaats, gelukkig compenseert de muziek. Geen verrassingen, maar leuk wanneer je de snik in zijn stem blijft waarderen. Verrassingen? Volgens mij is LaFave de meeste constante artiest die er is. De klankkleur van zijn oeuvre is onveranderd, en eerlijk gezegd, ik verwacht niets anders van hem. Wanneer fans suggesties mogen aanleveren voor Trail 5 dan houd ik mij overigens van harte aanbevolen. Heb nog wel een ideetje of twee. Trail 4 is opnieuw LaFave ten voeten uit.

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum: 10 juli 2015 Music Road Records
Website: http://www.jimmylafave.com/
Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=2QiHGx_V2sQ

Billy Price & Otis Clay - This Time For Real


Je mag mij altijd wakker maken voor een soul, blues of doo wop plaat. Het aanbod van authentieke muziek uit deze genres is enorm. Nu waarschijnlijk meer dan tijdens de periode dat ze ontstond. Een label als Ace Records / Kent heeft over de afgelopen jaren een immens archief opgebouwd. In hun database kun je uren doorbrengen, en wanneer je niet oppast, dan verdwaal je. En niemand die dat erg vindt. Ook het iets meer obscure Nonesuch label brengt met regelmaat werk uit van nagenoeg vergeten artiesten. Ondanks dat ik in mijn vroege jeugd belangstelling had voor zowel blues, doo wop als soul muziek, durf ik het niet als nostalgisch te bestempelen. Onderhuids was mijn interesse altijd aanwezig, en de focus naar deze overwegend zwarte muziek wordt steeds sterker. Het is uiterst primaire muziek. Het betekent voor mij domweg genieten van ongecompliceerde muziek. Muziek die gepassioneerd en intens is.

Zo verschijnen met regelmaat platen van eigentijdse artiesten, zoals onlangs Leon Bridges plaat Coming Home, die handig inhaken op deze rijke periode uit de Amerikaanse muziek. Van een echter “Revival” is volgens mij geen sprake, want eerlijk gezegd, weggeweest zijn deze stromingen amper. Ook de heren Billy Price en Otis Clay zijn nauwelijks weggeweest. Beiden hebben ze hun muzieksporen jaren geleden uitgezet. Billy Price maakte naam als zanger van de gitarist Roy Buchanan. Clay’s soulvolle bouwstenen gaan nog verder terug. Hij komt uit Waxham Mississppi, zong traditiegetrouw in de kerk en absorbeerde alles op het gebied van gospel en rhythm & blues wat er te beluisteren viel. Hij zong in bands waarbij zang centraal stond zoals The Famous Blue Jay Singers en The Sensational Nightingales. Daarna brak zijn periode bij Willie Mitchell´s Hi label aan. Clay opende zijn solocarrière daar met Trying To Live My Life Without You in 1972.

Billy Price gaat wel vaker collaboraties aan, en deze met Otis Clay onder de noemer This Time For Real is een schot in de roos. De samenwerking tussen de beide mannen komt onder auspiciën van Duke Robillard prima uit de verf. Er worden klassiekers op een prachtige manier uitgevoerd. Vooral het hart strelende Love Don´t Love Nobody tilt dit album naar boven. Leuk om tussen de Southern Soul Tears of God aan te treffen, eentje van het liedjes schrijvende duo Hidalgo en Perez. Niets nieuws onder de zon, maar wel uit het hart. Mijn interesse naar de vroege platen van Clay is zeker gewekt.

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum: 18 mei 2015 Vizztone/Sonic RendezVous 

John Moreland - High On Tulsa Heat


In the Throes verscheen een kleine 2 jaar geleden. Er is weinig nodig om mij in te pakken wanneer je over de broodnodige componenten bezit. Moreland heeft dat talent in huis. Hij weet een fantastisch sfeertje op te roepen met beperkte mogelijkheden. Datzelfde foefje flikt hij met High On Tulsa Heat andermaal. 

Het is een album dat in grote lijnen gaat over “thuis”, waar dat ook moge zijn. Die laatste nuance is niet van mij, die voegt John Moreland er fijnzinnig aan toe. Zoiets is blijkbaar geen vanzelfsprekendheid. Wat zijn die “beperkte” kwaliteiten waarover John Moreland bezit, en die mij raken? 

Het is een tweeledig fenomeen. Het is het gecombineerde effect van zijn stem, de zang, het verhalende karakter, maar ook terdege de teksten die mij bij de lurven nemen en hun aandacht vragen. Als een magneet word ik naar de speakers getrokken. Kleine zinnetjes die behalve een poëtische lading ook een ontluisterende directheid bevatten. 

Hij bestrijkt het grijze gebied dat ligt tussen werkelijkheid en fantasie alsof hij zich verschuilt. Alsof John een wereld creëert die voor hem meer acceptabel is dan de huidige omstandigheden waarin hij verkeerd.

John Moreland’s gevoelsleven is niet het meest vrolijk, echter de wijze waarop hij zijn gevoelens omzet naar muziek is niets anders dan meesterlijk. Zoals hij zich verwoord in Cherokee. “Ik zou wensen dat je al mijn twijfel uit mij snijdt”. Een oprechte vertwijfeling. Zinnetjes als "I still feel you storming in my bones" en "You’re drawing lines in the dust with the lies he made" maken dat ik als luisteraar schijnbaar weinig nodig heb. Deze elementen naast de foutloze productie liften dit album ver naar boven. Americana pur sang. 

High On Tulsa Heat behoort wat mij betreft tot het beste wat in 2015 verschijnt. Karakter op basis van eenvoud. Laat John Moreland zich nog maar een tijdje “unhappy” voelen, denk ik onwillekeurig, want verdikkeme wat levert iemands pijn diepzinnig mooie muziek op.

Gastschrijver: Rein van den Berg 


Releasedatum: 21 april 2015 Thirty Tigers
Website: http://www.johnmoreland.net/
Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=usWrJ8qy5lY

Michael Dean Damron - When the Darkness Comes



Leg mij eens uit. Waarom heeft de ene muzikant commercieel succes en de andere niet? Zelf word ik ingepakt door de stijl van deze vrijgevochten rocker uit Portland, Oregon.. Terwijl anderzijds, wanneer je de sterretjes mag geloven waarmee de online muziek encyclopedie AllMusic strooit, dan heeft Michael Dean Damron amper bestaansrecht op de muzikale kaart. Evengoed dendert de voormalige kopman van I Can Lick Any Sonofbitch in the House lekker door. 

Hij doet overwegend zijn eigen ding. Hij laat zich de wet niet voorschrijven door een platenlabel. Hij wekt hiermee de suggestie een eigenwijze donder te zijn. Volgens mij valt dit voor 100 procent. Hij is volgens mij een ruwe bolster die een schild heeft opgetrokken juist vanwege zijn gevoelige persoonlijkheid. Zijn muziek kent beide zijden. Je vindt bij Michael Dean zowel een rauwe ongebonden als een gevoelige kant. 

Zijn motto vind je ergens terug onder de strekking: “Wanneer je iets doet, doe het dan met hart en ziel.” En een dergelijk instelling maakt je mogelijk kwetsbaar voor andersdenkenden.  Het blijft een knelpunt tussen vraag en aanbod en op datzelfde vlak ontstaan interessante liedjes. Bij Michael Dean Damron is er nooit een saai moment. Hij bezingt een vrijheid die ik ergens zoek, maar niet ken. Ik durf mijn veilige wereld niet los te laten.

Niet alle liedjes op deze plaat zijn van zijn hand, maar ze ademen wel allemaal dezelfde sfeer. Zelfs de Hank Williams klassieker We’re Getting Closer to the Garve Each Day sluit uitstekend aan bij het overige repertoire van When the Darkness Comes. Zijn uitgesproken mening blijft terugkomen in zijn teksten. Hij bezingt de duistere kant van het leven. When the Darkness Comes wees dan voorbereid, en laat je niet uit het lood slaan. 

Steve Earle heeft zichzelf in 2015 gelukkig gerevancheerd met Terraplane, ander had ik MDD benoemd als diens broer, eentje die je wel op het puntje van je stoel krijgt. De noodzaak, de passie is nog steeds aanwezig in MDD’s muziek en teksten. Hij is weliswaar meer gereserveerd dan in zijn jongere jaren, maar de zeggingskracht dient als voorbeeld voor menig artiest. 

Simmer in the Pot doet hem nog steeds stevig van leer trekken. Jammer natuurlijk dat hij geen label heeft die zijn naam onder de mensen verspreidt, en een fatsoenlijke distributie waarborgt. Ze zullen hem allemaal al eens gouden bergen hebben beloofd, waardoor het vertrouwen is geschaad. Op deze manier zal zijn devote aanhang slechts mondjesmaat groeien, want zonder de juiste krachten blijft Damron wroeten binnen zijn vicieuze cirkel. 

Zolang het kwalitatief sterke platen oplevert, zoals deze, hoor je mij niet klagen. Het liefst zou ik echter meer erkenning willen zien voor zijn werk, al ontstaat daardoor uitsluitend een mogelijkheid hem op een Nederlands podium te zien. Dat is toch niet teveel gevraagd? 

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum: 1 mei 2015 Sad Cow Records

Ryan Adams - Ten Songs from (Live at Carnegie Hall)


Een paar jaar geleden kwam ik in het bezit van een bootleg van Ryan Adams. Het waren live opnames gemaakt in het Folketeateret te Oslo. Bewonderenswaardig hoe deze man speelde met zijn publiek, en daar zelf hoorbaar van genoot. Een communicatieve interactie van formaat met muziek in de hoofdrol. 

Het had er een tijdje naar uitgezien dat bij Adams de koek op was, maar bij het beluisteren van die live opnames wist ik, Ryan Adams had gewoon tijd nodig gehad om zichzelf te herpakken. Adams lijkt het woordje “moeten” te hebben geschrapt van zijn vocabulaire. Hooguit vervangen voor “genieten”. 

Hij hoeft niet meer zo nodig, en laat zijn reputatie voor wat die is. De druk om aan verwachtingen te voldoen heeft hij laten varen. En waarom zou hij niet? Hij kan zich veroorloven te doen wat hij wil. Overigens, had hij dat niet altijd al gedaan? Wat hij in huis heeft laat hij horen met Ten Songs From Ryan Adams (Live at Carnegie Hall). 

En dan hebben wij het over de CD variant, want de volledige twee concerten zijn verkrijgbaar in de vorm van zes LP’s. (De eerste druk is momenteel niet meer te koop!- De volledige box bestaat uit zes lp’s. Concertopnames van twee opeenvolgende avonden in het imposante Carnegie Hall te New York. Bij elkaar 42 opnames.)

De CD is een showcase van wat je kunt verwachten met Ryan Adams op het podium. Een man die vlotweg praat. (zelfverzekerd, scherpzinnig en humoristisch) Hij komt daar om dezelfde reden als het publiek, men wil een geweldige avond. Adams is daar om zichzelf en de aanwezigen te vermaken. 

In de tekst op de binnenzijde van het hoesje laat Adams kort weten hoe hij het podium ervaart, en hoe hij omgaat met druk/spanning. Hij refereert aan de eerste keer dat hij in Carnegie Hall was, en hoe hij de zang van Chavela Vargas als mystieke gebeurtenis had ervaren. Hoe Adams het ook verwoord, ga eerst gewoon deze impressie van zijn concert beluisteren. 

Prestatiedruk schijnt amper vat op deze man te hebben, hij laat het van zich afglijden. Het staat hem allerminst in de weg twee schitterend optredens te maken. Twee avonden die haarfijn werden opgenomen. Probeer de box te krijgen zou ik zeggen, want de complete registratie is geweldig. Gaat dat niet lukken dan is de CD een weerslag waarmee je uitstekend uit de voeten kan. Ryan Adams op zijn best!

Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum: 8 juni 2015 Paxam
Website: http://paxamrecords.com/
 




Jason Isbell - Something More Than Free



Southeastern, Jason’s vorige cd, verscheen in de zomer van 2013. De plaat werd alom bejubeld en vond dat jaar zijn weg in de eindejaarlijst van veel muziekliefhebbers. Een persoonlijke plaat van iemand die zich herpakt had na alcoholverslaving en jarenlange roofbouw. Prestatiedruk als zuigende valkuil. 

Jason bleek in staat op de rem te trappen, en wist de prioriteiten in zijn hectische bestaan beter in te delen. Weg uit die vicieuze cirkel, waarbij de gezondheid van lichaam en geest voorop kwam te staan. Southeastern gaat over het over boord gooien van onnodige ballast. Het was Amanda Shires, zijn huidige echtgenote, die hem hielp bij het herinrichten van zijn bestaan. 

Nu precies twee jaar later ligt Something More Than Free in de winkels. Kun je, of beter gezegd, mag je verwachten dat Jason Isbell Southeastern gaat overklassen? Persoonlijk houd ik er niet van om albums te ranken of te vergelijken, ook al maak ik mij er schuldig aan. Het competitieve element hoort wat mij betreft niet thuis in kunst of muziek. Onderlinge vergelijkingen gaan al snel mank. Muziek is in mijn optiek een persoonlijke beleving waarbij andermans opinie slechts een hint kan zijn.

Southeastern ontstond tijdens een moeilijke periode in Isbell’s leven. Ervaring leert dat vanuit dergelijke diepe dalen mooie muziek ontstaat, terwijl een rimpelloos verpozen een saai product oplevert. Ik durf te beweren dat het album Something More Than Free van dezelfde kwaliteit is als zijn voorganger, op momenten zelfs beter. 

De plaat is allerminst saai. Wederom een groeiplaat. In de openingssong, In If It Takes A Lifetime geeft Isbell aan dat persoonlijke huisregels broodnodig zijn om niet hernieuwd terug te vallen. Sterker nog, en dat weten we allemaal, een incident is voldoende om je hele leven op zijn kop te zetten. 24 Frames vat deze angst samen. “You thought God was an architect. Now You Know”. 

Hij is niets anders dan een tijdbom die ieder moment kan afgaan! Chronologisch zou ik langs de nummers kunnen gaan, want Flagship is een prachtig nummer, How to Forget nog mooier. En zo gaat het door. Southeastern bleek niets ander dan de opmaat te zijn, de opening, naar een prachtplaat. 

De sterke nummers buitelen over elkaar heen. Dusdanig dat Something More Than Free niet anders zal blijken te worden dan een klassieker in zijn soort. Laat ik het minder superlatief houden. Het nieuwe album in zeer divers. Er zijn invloeden naar klassieke country, naar folk, en bovenal naar Jason´s roots, de zuidelijke Blues en Rock. Isbell geeft inzage in zijn gedachtewereld, en ik geniet daarbij van de raakvlakken. 

Voorop staat de creativiteit van een uitzonderlijk artiest die andermaal de lat bijstelt naar boven. Voorzichtig Jason! Je gaat fantastisch, maar blijf vooral doorgaan!

Gastschrijver : Rein van den Berg


Releasedatum:  17 Juli 2015 Thirty Tigers

Fred Abbott - Serious Poke





Zomerse plaatjes zijn heel wat waard. Ze doen je beseffen dat je vooral mag genieten van het leven, zolang dat kan. Geen moraliserende teksten, ook al zullen intenties daartoe goed bedoeld zijn. Te lang stil staan bij kwesties is fijn, maar morgen kan het volstrekt anders zijn.

Fred Abbott deelt met iedere song een stootje uit, en voegt daar een mild serieuze ondertoon aan toe. Deze plaat gaat over je goed voelen. Korte feiten, afkomstig uit Fred’s ondervindingen, worden voorgeschoteld in 10 puntige songs.

Daarbij worden mythes op eenvoudige wijze door hem ontzenuwd. Niet alles in de liefde is zoals het wordt verondersteld te zijn. Luister en wordt wijzer van Fred’s adviezen, en neem daarbij vooral de knipoog ter harte. Lucky People spreekt boekdelen.

Serious Poke is de debuutplaat van de in London woonachtige muzikant Abbott. Hij genoot/geniet bekendheid als gitarist en “keyboard-ist” van de band Noah and the Whale. Hij was werkzaam binnen de gelederen van dit collectief gedurende de periode 2009 tot 2011, en dus ook betrokken bij hun succesvolle plaat Night On Earth

Het afgelopen jaar nam Abbott Serious Poke op in samenwerking met zijn voormalige collega’s gedurende sessies in de Britse Grove Studios. Dit gebeurde onder auspiciën van Martin Hollis, iemand die zijn bonuspunten heeft ontvangen door verdienstelijk werkzaamheden af te leveren voor Grinderman, The Rolling Stones en Take That. 

Een breed veld wanneer je een kwaliteitsgarantie wil trechteren. Rangschik Serious Poke domweg onder pop, en neem het van af dat punt. Zelf beschouw ik Serious Poke als een plaat zonder kapsones. Eentje die qua sfeer teruggrijpt op de jaren zeventig, maar evengoed anno 2015 is. 
Eentje die je in de gaten moet houden!


Gastschrijver: Rein van den Berg


Releasedatum : 24 juli Lojinx Records


The Apartments - No Song, No Spell, No Madrigal


De groepsnaam The Apartments is ontleend aan Billy Wilder’s film The Apartment uit 1960. Beiden bevatten elementen van cynisme en romantiek. The Apartments werd opgericht in 1978 in Brisbane ten tijde van het punk- en new wavetijdperk. 

Leden van het eerste uur waren frontman en componist Peter Milton Walsh, Michael O’Connell (gitaar, zang), Peter Whitby (bas, zang) en Peter Martin (drums). In datzelfde jaar werd Walsh gevraagd toe te treden tot The Go-Betweens en leek The Apartments geen lang leven beschoren, echter de karakters van Walsh en de rest van die groep verschilden als dag en nacht. Na een korte periode verliet hij The Go-Betweens weer. 

In  mei 1979 verscheen de eerste , prachtige EP Return Of The Hypnotist. Gevolgd door een handvol mooie cd’s, waarvan de laatste uit 1997, Apart, toen bepaald niet op juiste waarde werd geschat door de critici. Nu wordt het regelmatig vergeleken met Lou Reed’s meesterwerk Berlin. In die beginperiode kregen ze ook een redelijk grote en fanatieke schare fans, met name in Europa. 

Na 1997 stokte de productiviteit van Walsh. Hij bleef na 1997 nog wel veel optreden in diverse samenstellingen, met name in Frankrijk bleef hij onverminderd populair. Verrassend was het, dat na 18 jaar eindelijk weer nieuw werk verscheen in de vorm van No Song, No Spell, No Madrigal. Uitgebracht op een Frans label, de populariteit was daar altijd al het grootst. 

Is er veel veranderd ten opzichte van ouder werk? Gelukkig niet. In het verleden werd zijn muziek vaak vergeleken met Serge Gainsbourg, Leonard Cohen en post-punk.  Bij liefhebbers van groepen als Tindersticks zou deze muziek ook in de smaak kunnen vallen. Zijn muziek is moeilijk te categoriseren. Misschien past de term chamber-pop het best bij zijn muziek. 

Het is in ieder geval een prachtige verzameling meeslepende songs geworden, iets dat reeds door het Engelse blad Uncut onderkend werd. Mooi is dat No Song, No Spell, No Madrigal sinds 29 juni, zowel op cd als vinyl, ook te koop is in Nederland, want het is niets minder dan een prachtplaat!           


Releasedatum 29 juni 2015 Microcultures


Shooglenifty - The untied knot


Dit jaar bestaat de Schotse folk/wereldgroep Shooglenifty 25 jaar en viert dat met de release van hun zevende album, The Untied Knot. Naast 7 studio albums brachten ze ook nog 2 live albums uit. Die live optredens bracht hen op podia als Glastonbury en WOMAD. 

Shooglenifty bestaat uit zeer ervaren musici zoals bijvoorbeeld James Mackintosh. Naast Shooglenifty speelde hij onder andere mee op platen van Capercaillie en vorig jaar op het schitterende The Brig Tae Nae Where van Alex Hodgson. 

In de lange periode dat de band al bestaat waren er soms wijzigingen in de samenstelling. Zo levert oud bandlid Luke Plumb zowel compositorische als muzikale bijdragen met The Highway Carpark en The Arms of Sleep

Nieuwkomer op The Untied Knot is het zeer ervaren snarenwonder Ewan MacPerson. Hij speelt nog in zeer veel andere samenwerkingsverbanden waaronder in de groep Salt House en speelde hij mee op het mooie, vorige jaar verschenen The Brightest Path van Patsy Reid. 

Een zeer belangrijke koerswijziging op de nieuwe cd zijn de vocalen van Mackintosh’s wederhelft, Kaela Rowan. Zij bedient zich van het kenmerkende puirt a beul (Mouth music). Eerdere albums waren instrumentaal. 

Op 8 van de 11 nummers zingt Kaela mee, wat de toegankelijkheid tot hun muziek veel groter maakt. Bovendien geeft de prachtige zang van Kaela de nodige sfeer en spanning aan de liedjes, zoals ze ook al deed op haar prachtige album Menagerie. Op beide albums speelt overigens electronica een rol. 

Als altijd vormt de folkmuziek de basis van hun nummers. Invloeden zijn er ditmaal vooral te horen uit rock, Indiase, Arabische en Afrikaanse muziek. The High Road to Jodhpur roept overigens bij mij associaties met 9Bach op. Het is wederom een afwisselende en vitale cd geworden. 

De mooie, opvallende hoes werd gemaakt door de bekende Schotse kunstenaar en toneelschrijver John Byrne. Hij maakte in het verleden ook hoezen voor Gerry Rafferty, Stealers Wheel, Billy Connolly en The Beatles. De productie was in handen van de zeer ervaren Mattie Foulds, bekend van werk met Lau, Karine Polwart, Inge Thomson, Martin Green en Aidan O’Rourke. 

The Untied Knot is door de toevoeging van vocalen hun meest toegankelijke album geworden en laat een nog steeds zeer geïnspireerde band horen die nog lang mee kan.         


Releasedatum 6 juli 2015 Eigen beheer