Leyla McCalla - Vari-colored songs



Leyla McCalla is geboren in New York uit Haïtaanse ouders. Op haar negende begint ze met cello spelen. In haar tienerjaren woont ze twee jaar in Accra, de hoofdstad van Ghana. Terug in New York gaat ze cello en kamermuziek studeren aan de New York University. Ze is klassiek opgeleid. Ze leert de cellist Rufus Cappadocia kennen, die haar speelstijl hierna zal gaan beïnvloeden. Nadat ze is afgestudeerd, begeleidt ze in 2008 Mos Def tijdens het voorprogramma van Gil Scott Heron in Carnegie Hall. In 2010 besluit ze te verhuizen naar New Orleans, de bakermat van veel traditionele muziek. Ze begint in het Franse kwartier op straat en in clubs op te treden. In 2011 wordt ze door Tim Duffy, die toevallig met familie op vakantie is in New Orleans, op straat ontdekt terwijl ze Sarabande van Bach speelt. Hij brengt haar in contact met Carolina Chocolate Drops. Zij wordt vaste begeleider van deze groep en speelt mee op hun album Leaving Eden.
In New Orleans begint haar interesse voor oude muziek gestaag te groeien. Ze raakt ook geïnteresseerd in Haïtaanse muziek. Haar ouders gaven haar in haar jeugd dichtbundels van Langston Hughes. Hij heeft een groot aandeel gehad in de bewustwording van de Afro-Amerikanen. Ook was hij een van de eersten die zich toelegden op jazz-poetry. Een van zijn gedichten, Danse Africaine, is afgebeeld op een gevel aan de Nieuwe Rijn in Leiden. In de jaren vijftig nam hij met Charles Mingus een album "The weary blues" op, genoemd naar zijn eerste dichtbundel. Hij was erg reislustig en verbleef enkele maanden op Haïti en bracht daar veel tijd door in muziekarchieven.
Al heel lang koesterde Leyla het idee om gedichten van Langston op muziek te zetten. Ze begon een Kickstarterproject om haar doel te bereiken. Ze vroeg het redelijk bescheiden bedrag van 5000 Dollar om haar doel te verwezenlijken. Ze haalt uiteindelijk ruim het viervoudige.
7 nummers op het album zijn op teksten van Hughes, 6 traditionals en 1 compleet eigen nummer. Opener Heart of Gold zet direct de toon van het album. Het karakteristieke ritmisch gepluk op de cello, de rustgevende zang brengen je direct in een laid-back stemming. Tom Pryor speelt een heerlijke pedal steel-partij op dit nummer. When I can see the valley is het enige compleet eigen nummer. Het behoort tot de mooisten op het album en het belooft dat we in de toekomst geen zorgen hoeven te maken over de kwaliteit van geheel eigen werk. Wie regels kan schrijven als:

"I'm not asking for salvation
But I am afraid to fly
We all want to
Go to heaven
But no one wants to die"
is uit het goede hout gesneden.



Mesi Bondye is een zeer aanstekelijke traditional gezongen in Creools Frans, met wederom een mooie pedal steel-partij van Tom Pryor. Girl behoort tot de absolute hoogtepunten van het album. Een dynamisch prachtig opgebouwd nummer op een eveneens prachtige tekst van Hughes. Kàmen sa w fè? is bewaard gebleven dank zij Alan Lomax, die in 1937 hier een opname van maakte op Haïti met Ago's bal band. Het gaat over een pijnlijk afscheid tussen 2 geliefden. Too blue is een van de vrolijke noten op het album. Het heeft een jazzy feel meegekregen. De tekst is overigens een stuk minder vrolijk. Manmam mwen is een prachtige traditional met een dubbelzinnige tekst. Song for a dark girl is voor mij het hoogtepunt van het album. Alleen zang, gitaar en een droevige tekst van Hughes, zo eenvoudig en mooi kan muziek zijn. Love again blues is een mooi bluesnummer wat opgesierd wordt met een heerlijke fiddle. Rose Marie is een zeer aanstekelijke traditional, waarin muzikanten als niet erg betrouwbaar in de liefde worden beschreven. Latibonit is een traditional met subliem banjo-spel van Don Vappie. Search behoort tot de absolute hoogtepunten van het album. Een song met een gitaar en twee stemmen, meer heb je vaak niet nodig. Lonely house begint a capella. De tekst is van Hughes en de muziek is van Kurt Weill. Het nummer gaat richting jazz en erg geslaagd. Op afsluiter Changing tide wordt Leyla op schitterende wijze begeleid door Tom Pryor. Het album werd door Songlines gekozen tot een van de beste albums van 2013 op het gebied van wereldmuziek. Geheel terecht volgens mij.

Theo Volk

Releasedatum: 21 oktober 2013 Dixiefrog
Website: http://leylamccalla.com/




Jan de Bruijn - The long way home



Jan de Bruijn en zijn zus Anneke erfden hun grote muzikaliteit van hun vader Dirk. Hij was een veehandelaar, die in zijn vrije tijd, ontelbare in het Rijsbergens dialect geschreven liedjes heeft gecomponeerd. Jan de Bruijn's carrière begon ruim vijfendertig jaar geleden. De grootste bekendheid verwierf hij met The Crew, waarin ook zijn zus Anneke zong. Zelfs nu nog is deze r&b-band een begrip in de West-Brabantse muziekscene. Hij speelde en speelt hij in diverse bands. Ook deed hij het nodige studiowerk. De afgelopen paar jaar werkte hij in alle rust aan zijn eigen songs. Hij bleef er net zolang aan schaven totdat hij tevreden was, kritisch als hij is, over het resultaat. Aan het opnemen van de songs en afwerken ervan werd door hem ongeveer tachtig uur besteed. Onlangs werd hij door Willem Jongeneelen de Robert Cray van de Lage Landen genoemd in zijn recensie voor dagblad BN/De stem. Ik weet niet of de Bruijn blij is met die vergelijking. Bij beiden is blues de basis van de muziek en is de muziek laid-back. Maar de muziek van Robert Cray is nogal glad, in tegenstelling tot die van de Bruijn. Zelf zou ik hem eerder vergelijken met Malcolm Holcombe. Beiden zijn uistekende zangers en spelen gitaar en mondharmonica. Bovendien hebben beiden de nodige levenservaring, maar zijn bovenal gevoelige en authentieke mensen, die schrijven over het dagelijkse leven. Het album werd opgenomen in de Baarle-Nassause Next Page Studio's. The long way home bevat acht eigen nummers en drie covers.

 Het album opent met Don't wanna play no more op de warme en relaxte saxofoonklanken van Henri Ylen. Die relaxte sfeer is wat het hele album zo kenmerkt en wat het zo fijn maakt om ernaar te luisteren. Sorry is een werkelijk prachtige en gevoelige ballad, die alleen geschreven en gezongen kan worden door iemand met veel levenservaring. Het nummer wordt opgesierd door mooi harmonicaspel, wat het gevoelige karakter van het lied nog versterkt. Op Did you is de hoofdrol weggelegd voor Ad Moelands op accordeon. Hij begeleidt de Bruijn op zeer subtiele en schitterende wijze. Wat kan accordeon toch mooi zijn! Nobody's fault but mine is een bekende traditional. In dit nummer is goed te horen waar de roots van de Bruijn liggen. Heerlijk gezongen. Trouble in mind, ooit gezongen door onder andere Jimmy Whitherspoon en Big Bill Broonzy, krijgt een lazy groovende uitvoering. Life could be worse en Hooked zijn jazzy nummers, met vooral in het laatste nummer subliem gitaarspel. Maar altijd met gevoel gespeeld en in dienst van het liedje. Hij houdt de liedjes altijd klein en dicht bij zichzelf. Ze behoren voor mij tot de mooiste op het album. Driving home is gevoelig en melancholisch met dito harmonicaspel. Het bekende People get ready van Curtis Mayfield krijgt een integere uitvoering met respect voor het origineel. Het wordt verfraaid door mooie achtergrondvocalen. Afsluiter Africa is een mooie instrumental. Met The long way home heeft hij een schitterend en met veel liefde gemaakt album afgeleverd, waarnaar door mij zeker over een aantal jaren nog regelmatig naar geluisterd zal worden. Een groter compliment kan ik, volgens mij, Jan de Bruijn niet geven!

Theo Volk

Releasedatum: 14 november 2013 Eigen beheer
Website: http://www.jandebruijn.com/

North Mississippi Allstars - World Boogie Is Coming



De carrière van de gebroeders Dickinson startte beginjaren negentig met de formering van de groep DDT. Die groepsnaam was niet afgeleid van het bestrijdingsmiddel, maar van de achternamen van de groepsleden, Dickinson, Dickinson en Taylor. De groep bleef onbekend, ook bij mij. De broers Dickinson hadden trouwens een beroemde vader, Jim, die in 2009 overleed. Hun carrière kwam pas echt van de grond in 1996 toen ze, samen met Chris Chew, North Mississippi Allstars begonnen. Luther Dickinson is de meest begaafde, creatieve en bedrijvige van het drietal. Hij bracht mei vorig jaar een prachtig akoestisch instrumentaal album uit, getiteld "Hambone's Meditations", geïnspireerd door de muziek van John Fahey. Ook richtte hij in 2012 een folkgroep op, The Wandering, die verder bestaat uit de dames Valerie June, Amy Lavere, Shannon McNally en Shardé Thomas. Zij brachten vorig jaar het album "Go On Now, You Can't Stay Here" uit. Daarnaast maakt hij ook nog deel uit van South Memphis String Band en toerde hij van 2007 tot 2010 als gitarist van The Black Crowes. Met "World Boogie Is Coming" is North Mississippi Allstars toe aan haar negende studio-album. De groep maakt met blues doordrenkte rockmuziek, vergelijkbaar met de muziek van The Black Keys en The Jon Spencer Blues Explosion . Op dit album staan onder andere covers van R.L. Burnside en Junior Kimbrough, muziek waarmee ze opgroeiden. Ook muzikanten waarmee ze ooit het podium mochten delen. Twee van de veertien kinderen van R.L. Burnside, Duwayne en Garry, spelen mee op dit album. In de eerste twee nummers maakt Robert Plant, een groot voorbeeld van de band, zijn opwachting. Op deze nummers bespeelt Plant op overtuigende wijze de mondharmonica. Wel gedurfd om te openen met een instrumentaal nummer. Aardige opwarmertjes.

Echt loos gaat het daarna voor mij, in traditional "Rollin 'N Tumblin", een song met een Black Keys-groove en heerlijk gitaarwerk. Vervolgens belanden we bij een andere traditional, "Boogie", wat een zeer swingende versie krijgt. Een van de hoogtepunten van het album. "Snake Drive" van R.L. Burnside, krijgt een heel moderne uitvoering, zeer knap gedaan, maar niet echt aan mij besteed. Mijn favoriete nummer op het album is de cover van Junior's Kimbrough "Meet Me in the City". Prachtig en ingetogen uitgevoerd. Het door Luther Dickinson zelf geschreven "Turn Up Satan" behoort ook tot de betere nummers op het album. Heerlijk opzwepend nummer, dat meer richting rockmuziek gaat, met prachtig inventief gitaarwerk aan het einde van de song. "Shimmy" van Othar Turner wordt opgevrolijkt door een heerlijk fladderende fluit. Het nummer gaat naadloos over in "My Babe" van Willie Dixon. "World Boogie" van Bukka White doet zijn naam alle eer aan. Boogie van de bovenste plank. "Goin' to Brownsville" valt op door het mooie gitaarwerk. "I'm Leaving" van Junior Kimbrough krijgt een gloedvolle vertolking, waaruit duidelijk blijkt dat ze met deze muziek zijn opgegroeid. "Jumper On the Line" van R.L. Burnside krijgt een spannende, tien minuten durende vertolking. Naast de normale cd-uitgave bestaat er een uitgave met vijf bonustracks. Twee van die nummers zijn akoestisch . Ze doen niet onder voor de rest van het gebodene. Deze nummers zijn echter niet echt vergelijkbaar met het overige materiaal op dit album. Het album werd door de broers zelf geproduceerd. Het is een moderne blues- en rockalbum geworden, waarin de voorliefde voor de oude blueshelden doorklinkt. Van harte aanbevolen.

Theo Volk

Releasedatum: 3 september 2013 Songs of the south
Website: http://www.nmallstars.com/

Melissa Ferrick - The Truth Is

Tot voor kort had ik nog nooit van Melissa Ferrick gehoord. Eigenlijk wel vreemd, The Truth Is is reeds haar zestiende album (inclusief een paar live-albums). Haar vorige albums vallen onder het alternatieve pop/rockgenre. Ferrick werd in het verleden regelmatig vergeleken met Liz Phair.

Op dit nieuwe album The Truth Is slaat ze echter de alt country, americana-weg in. Haar carrière kreeg ooit een duwtje in de rug door Morrissey. Hij benaderde haar begin jaren negentig om in zijn voorprogramma op te treden. Die toenadering was vrij logisch omdat beiden openlijk homoseksueel zijn.


Deze openheid en directheid gelden ook voor de teksten van Melissa Ferrick die bovendien vaak autobiografisch zijn. Dit leidt echter nergens tot navelstaren. Die teksten kunnen vol woede en verdriet zitten zoals in Overboard.  In dit lied veegt een verbitterde Ferrick de vloer aan met een ontrouwe ex-geliefde. Ook zijn er de nodige ingetogen liedjes met bespiegelende teksten zoals het titelnummer The Truth Is. Tevens is er plaats voor een lichtvoetig nummer als Home. Een zeer aanstekelijk liedje over wanneer de zon schijnt in huize Ferrick.

Het moge duidelijk zijn dat het liefdesleven van Melissa Ferrick erg woelig was (is). Wat dit album muzikaal vooral zo interessant maakt zijn de geweldige gitaarpartijen. Ook de afwisselende zang maakt het luisteren naar dit album tot een waar genot. In het slotnummer Take In All The Plants is plaats voor experiment. Dit is misschien wel het meest intrigerende en beste nummer van het album.


Melissa Ferrick is in staat om liedjes te schrijven met refreinen die blijven hangen. Bovendien is ze erg veelzijdig. Zo bespeelt zij de meest uiteenlopende instrumenten en produceerde dit album zelf op een voortreffelijke manier. Op dit album is geen enkel minder nummer te vinden. Het is voor mij het mooiste album wat ik in 2013 tot nu toe hoorde.

Gastschrijver Theo Volk.

Releasedatum, 4 juni 2013 MPress Records.
Webpage, http://www.melissaferrick.com/

Alela Diane - About Farewell

Alela Diane bracht in 2003 op twintigjarige leeftijd het aardige in eigen beheer vervaardigde Forest Parade uit. Opvolger The Pirate's Gospel uitgebracht in 2006 kan in feite gezien worden als haar volwaardige debuut. Een album dat ik nog steeds koester evenals het in 2009 verschenen To Be Still.

Vervolgens bekoelde mijn voorliefde voor haar muziek behoorlijk door het in mijn ogen zeer matige Alela Diane & Wild Divine. Zonder grote verwachtingen begon ik het nieuwe album About Farewell te beluisteren.  Mijn enthousiasme begon bij de eerste maal luisteren allengs te groeien. Vooral bij de nummers Hazel Street en Black Sheep. Na een fiks aantal keren luisteren is mijn enthousiasme tot zeer grote hoogten gestegen. 

Allereerst zijn daar de prachtige verhalende teksten.  Zonder cliché's brengt zij haar gedachten onder woorden. Bij de opener Colorado Blue weet zij de luisteraar al haar wereld binnen te trekken. Normaal gesproken zijn teksten voor mij niet uiterst belangrijk maar bij Alela Diane zijn ze absoluut van een grote meerwaarde. Zozeer zelfs dat ik mijn verbeeldingskracht de vrije loop laat gaan en dat gebeurt zeer zelden bij mij. Muzikaal gezien is er in mijn ogen en oren veel te genieten. Het zijn songs die zeer snel aan kracht winnen, refreinen die in je hoofd gaan zitten, doordat Alela op een positieve manier gebruik maakt van herhaling en aparte intonatie. 

 

De arrangementen zijn ook geweldig. Vooral het gebruik van de fluit is een geweldige toevoeging. Tot slot is daar natuurlijk ook nog de prachtige, melancholische stem van Alela. Hoogtepunten noemen heeft geen zin. Wanneer  een album zo mooi is hoeft een recensie volgens mij niet lang te zijn. Gewoon gaan luisteren en laat u meevoeren door dit schitterende en zeer verslavende album!     


Gastschrijver, Theo Volk.
Releasedatum, 30 juni 2013, Rusted Blue Records.